Visie

Niet het probleemgedrag, maar groeikracht in de kijker ! 

Over goede preventie van gewichtsproblemen én van andere psychische problemen bij ado’s

Philippe BOCKLANDT

Martine DE ZITTER

Henk SAP

 

Bij de preventie van eet- en gewichtsproblemen heeft men vaak de neiging om zich te focussen op de problemen en te waarschuwen voor allerlei risico’s en negatieve gevolgen. Ook elders leeft  de idee dat afschrikkingsstrategieën preventief werken ten aanzien van mogelijke problemen. Denk bijvoorbeeld aan  de anti-tabakslogans op sigarettenpakjes of de beelden van weekendongevallen langs de autostrades.
Wetenschappelijk onderzoek heeft intussen aangetoond dat angstwekkende boodschappen doorgaans niet werken.  Verklaringen hiervoor zijn dat  de doelgroep zich niet kwetsbaar acht voor het risico of  de persoonlijke kosten  van de gewenste gedragsverandering hoger inschat dan de mogelijke baten. Ann VANDEPUTTE[1]waarschuwt zelfs voor een omgekeerd effect: “In de klas aandacht geven aan symptomen en ziek gedrag kan ziekmakend werken.” Ze waarschuwt  ook voor ’onbedoelde effecten’ van deze aanpak: het werkt normaliserend (…) en je krijgt er aandacht mee. (…) Wanneer jongeren zich gaan fixeren op gewicht en uiterlijk, worden ze daar niet beter van. Je krijgt er bovendien moeilijk vat op als een dergelijke cultuur zich eenmaal in de klas geïnstalleerd heeft.

Onderzoekers[2]zijn het erover eens dat preventie bij jongeren beter vertrekt vanuit het versterken van wat goed gaat: het wellnessmodel. Door aandacht te hebben voor positief gedrag, versterken we het zelfwaardegevoel van de jongeren en werken we aan geestelijke gezondheid. Hierbij leren jongeren hun eigen mogelijkheden vormgeven en omgaan met normale stressvolle situaties. Het wellnessmodel wil gezondheid bevorderen en baseert zich op  de resultaten van wetenschappelijk onderzoek rond het voorkomen van eet- en gewichtsproblemen. Zo pleiten FRIEDMAN ( 2008) STICE, SHAW & MARTI (2007) ervoor om in de klas of leefgroep beschermende factoren te versterken. Bij eet- en gewichtsproblemen (en vele andere psychische storingen) ligt de focus daarom concreet op het uitbouwen van een positief zelfbeeld, het verhogen van mediaweerbaarheid en het ondersteunen van leerlingen in hun groei.

Het uitbouwen van een positief zelfbeeld is belangrijk , zeker wanneer jongeren het gevoel hebben dat ze de greep op hun leefwereld dreigen te verliezen. Veel  adolescenten worstelen met zichzelf, denken  dat zij de dingen verkeerd aanpakken  of dat ze anders (en dus minder goed) zijn dan hun leeftijdsgenoten. Ze hebben het gevoel dat ze buiten de groep vallen en missen daardoor kansen voor het opbouwen van een positief zelfbeeld. Wie goed in zijn vel zit, kan veel aan. Maar wie sterk twijfelt aan zichzelf, dreigt in een negatieve spiraal te komen.
 Preventie die erop gericht is om het zelfwaardegevoel bij jongeren te verhogen, maakt daarom meer kans op slagen. Als jongeren ervaren dat ze mogen zijn wie ze zijn, als ze hun eigen sterktes ontdekken, worden ze weerbaarder.

Anderzijds leven kinderen en jongeren niet alleen in school. Onderzoek (van o.a. STEVENS e.a.) toont aan dat jongeren steeds meer tijd besteden aan diverse media: tv-beelden, tijdschriften, internet, sociale netwerksites, muziekclips … De media zijn alom tegenwoordig maar brengen geen genuanceerd beeld van de werkelijkheid. Jongeren worden overspoeld door beelden van een irreële wereld met veel glitter en glamour. Een werkelijkheid waarin foto’s worden gephotoshopt en waarin het ware geluk of het ideale gewicht voor het grijpen liggen. Door jongeren  ervan bewust te maken dat speelgoed, foto’s en tv-beelden niet natuurgetrouw zijn  maar gemanipuleerd, kunnen we hen beter wapenen tegen invloeden die mediabeelden vaak onbewust op hen hebben.

De meeste jongeren geraken zonder kleerscheuren door hun adolescentiefase, al verloopt dit niet bij iedereen even vlot. Vaak  ervaren jongeren heel wat onzekerheid en dit maakt hen kwetsbaar voor de mening van anderen. In een cultuur waarin ze voortdurend geconfronteerd worden met ideale modellen en tegelijk geneigd zijn om uit te vergroten wat niet goed gaat, gaan onzekere jongeren vaak nog meer twijfelen. Ze trekken zich terug of zoeken een houvast in problematisch eetgedrag, in overdreven studeren of experimenteren met alcohol en andere drugs ... Door deze groeipijnen te benoemen en bespreekbaar te maken, maken we ze herkenbaar en daardoor ook beter beheersbaar. Het is dus zaak (aangewezen) om  deze ontwikkelingscrisissen  te normaliseren en niet te problematiseren.

Voor ons is de problematiek van anorexia in ‘Op het bot’ slechts een aanleiding om met jongeren  in gesprek te gaan over kernthema’s in hun leven. Dat betekent niet dat we de problematiek willen doodzwijgen. Jongeren praten onder elkaar trouwens vaak ongegeneerd, intens en sterk op elkaar betrokken over eetstoornissen, over te dik of te dun en over wat kan en wat erover is. Alleen ligt onze focus anders …  In onze visie is het zinvoller om in de klas te werken rond beschermende factoren. We nemen de jongeren au serieux door ruimte te creëren voor belangrijke thema’s in hun leefwereld en man en paard te noemen. Alleen zo kan één en ander bespreekbaar worden gemaakt. Alleen zo kunnen we hun bezorgdheden opnemen en benaderen vanuit een positief groeikrachtmodel..

Uit de analyse van een reeks preventieprogramma’s (STICE en SHAW, 2004) blijkt dat ook de manier waarop aan preventie wordt gedaan belangrijk is voor de effectiviteit ervan.

In een klascontext zijn daarom volgende zaken belangrijk:

  • Preventie is meer dan alleen maar informatie  geven ...
    Alleen door interactief te werken en leerlingen actief te betrekken bij het programma kunnen ze tot  een echte attitudeverandering komen. Sociaal psychologisch onderzoek  leert ons dat mensen  maar gemotiveerd zijn om naar de argumenten te luisteren en zo tot een attitudeverandering komen, als het onderwerp een persoonlijke relevantie heeft voor de betrokkenen. Passieve kennisoverdracht, of mensen bang maken, heeft zelden effect op langere termijn. 
  • Vertrekken vanuit een open en positieve ingesteldheid …
    Veroordeel leerlingen niet om wat ze zeggen of doen, maar probeer steeds vanuit een open geest naar leerlingen te luisteren. Jongeren zijn erg zoekend en experimenteren op allerlei terreinen. Door daar begrip voor te tonen , kunnen leerlingen leren uit wat ze meemaken en hoeven moeilijkheden niet te escaleren. Maak dus ruimte voor een positief gesprek, waarin jongeren mee kunnen bepalen welke richting ze uitgaan.
  • Maak gebruik van de groep …
    In deze levensfase zijn leeftijdgenoten erg belangrijk. Wat leerlingen aan elkaar vertellen, heeft vaak meer invloed dan wat volwassenen vertellen. Als leerkracht is het dus essentieel om in de klas voldoende ruimte te voorzien voor groepsgesprekken en discussies. Deze ervaringsuitwisseling goed  begeleiden, heeft vaak meer effect dan andere werkvormen die overwegend gericht zijn op instructie of kennisoverdracht.
  • Zoeken naar een blijvend effect …
    Daag leerlingen tijdens het preventieproject uit om over deze thema’s in gesprek te gaan met hun ouders. Kom hier regelmatig op terug. Met een volgehouden en doordachte strategie bereik je veel meer dan met een éénmalig en losstaand initiatief.
  • Ga niet in een boog om wat leerlingen echt raakt heen. Jongeren worden vaak intensen betrokken bij wat hun leeftijdsgenoten als (psychisch) probleem meemaken. Zwijg dit in de klas niet dood maar buig in groep het probleemthema stapsgewijs om door de focus te verbreden. Iedereen heeft namelijk zijn/haar eigen ‘zwak gedrag’ om problemen te kanaliseren.

    Probeer ook de focus te verleggen van groeipijn naar groeikracht. Zo geven we jongeren een kader en houvast om zich niet te blijven fixeren op probleemgedrag maar om te focussen op positieve groei.

  •   

Bronnen

VANDEPUTTE, A., Naar een geïntegreerde preventie. Tijdschrift voor Klinische Psychologie. 2009(39) n° 3.

NOORDENBOS, G., VANDEREYCKEN, W., Preventie van eetstoornissen: een gewichtig probleem. Mechelen, Kluwer, 2005, 105 blz.

[1]Ann VANDEPUTTE is algemeen coördinator van Eetexpert – kenniscentrum voor eet- en gewichtsproblemen.
Zij isklinisch psychologe & gedragstherapeute, oprichter van eetstoornis.be, en coördinator van diverse overheids- en preventieprojecten.

[2]een overzicht vind je o.a. bij: NOORDENBOS, G., VANDEREYCKEN, W. en  DE HERT, M.