Activiteit: Werken met metaforen

In deze activiteit ervaren leerlingen wat metaforen zijn en hoe ze werken.
Ze gaan zelf op zoek naar originele krachtige beelden rond thema’s uit hun leefwereld.

Motivering: 

Metaforen kunnen behulpzaam zijn bij het verwerven van een nieuwe kijk op iets.

De metafoor roept op tot perspectiefwissel maar dwingt niet. Metaforen dragen door hun beeldspraak bij tot extra betekenis.

De kracht van de metafoor zit in de mogelijkheid om de inhoud van begrippen te laten kantelen door de aandacht te leggen op één specifiek kenmerk dat overgedragen wordt tussen twee contexten.

Verloop: 

1   Je kunt bij het werken met metaforen best vertrekken van een aantal klassiekale oefeningen, door de leerlingen te vragen:

Wat zijn gebruikelijke metaforen bij ...

  • verliefd zijn? Zo verliefd als … Romeo en Julia, 2 tortelduifjes …
  • slapen als een …? os

Bedenk andere, originele beelden

  • verliefd als … 2 ineengevlochten spaghetti-slierten
  • slapen als … een vogeljong in de oksel van zijn mama

Tip: Laat beelden opkomen. Waarschijnlijk komen eerst de clichébeelden. Probeer hier voorbij te geraken door geen enkel beeld te beoordelen. Later kies je er de mooiste uit.

2.  Daarna kun je hen ook individueel of in kleine groepjes:

  • voorbeelden laten zoeken in een willekeurig kranten- of tijdschriftartikel.
  • nieuwe, krachtige metaforen met dezelfde boodschap laten bedenken.

3.  Je kunt hen ook vragen een metafoor bij een klasgenoot te bedenken of bij een bepaald kenmerk van die klasgenoot (talent, vaardigheid, interesse, karaktereigenschap) een metafoor te zoeken. 

Je kunt ook metaforen laten bedenken rond diverse thema’s: Genieten, trots zijn, ‘je goed voelen’ (voorbij de clichés zoals ‘als een vis in het water’, ‘kiplekker’), trots zijn, enthousiasme, dansen, popidool, mode, aantrekkelijkheid, rust, persoonlijkheid, controle …

Auteur(s): 
Martine De Zitter
Henk Sap

Metaforen

Een korte tekst over wat metaforen zijn, aan welke voorwaarden zij moeten voldoen en wat de voordelen ervan zijn.

Bestand(en):