Activiteit: Vlucht-niet-in-je-alibi-spel


Dit spel is gebaseerd op het bestaand gezelschapsspel ‘Cluedo’.
In het spel komen verschillende soorten vluchtgedrag aan bod en wordt grensgedrag bespreekbaar gemaakt.

Naast de klassieke Cluedo-ingrediënten (Wie is de dader? In welke plaats? Met welk voorwerp?) zijn er in het spel ook drie verschillende soorten vraagkaarten.

  • Vragen waarop een wetenschappelijk antwoord bestaat. Via cijfergegevens leert de jongeren over vluchtgedrag en de gevolgen ervan.

  • Vragen over de manier waarop jongeren zouden reageren op vrienden of kennissen die problematisch vluchtgedrag vertonen.

  • Vertrouwensvragen

Groepsindeling: 
In groepjes van 4
Motivering: 

Opgroeien gaat gepaard met 'groeipijnen' zoals het twijfelen aan je identiteit, je eigenheid. Eén van de reacties hierop is het vertonen van vluchtgedrag. Iedereen vlucht wel eens. Waarin iemand vlucht, verschilt van persoon tot persoon. Wij willen aantonen dat dit normaal is, maar dat het ook belangrijk is om bewust te zijn van je eigen grenzen.

Wij concentreren ons dus op de mogelijke verschillende vormen van vluchtgedrag, het normaliseren ervan en het bespreekbaar maken van grensgedrag.

Leerdoelen: 

De leerlingen …

  • worden zich bewust van vluchtgedrag,
  • analyseren en evalueren  het eigen vluchtgedrag,
  • vergelijken hun vluchtgedrag met dat van anderen,
  • reflecteren over vluchtgedrag en de persoonlijke grens,
  • vertalen de persoonlijke grens naar de concrete situatie.
Verloop: 

Voor de start van het spel

Bij het begin van het Vlucht-niet-in-je-alibi-spel worden de spelkaarten gesorteerd per wapen, verdachte en moordplaats. Per stapel word er één kaart getrokken en in een enveloppe gestopt. Het is belangrijk dat deze kaarten niet gezien worden door de deelnemers. De andere kaarten worden terug op één stapel gelegd en geschud. Nadien worden alle kaarten uitgedeeld. (let op: alle kaarten moeten uitgedeeld worden).

Iedere speler krijgt een onderzoeksdocument, waarop hij/zij aantekeningen kan maken om het onderzoek op te lossen.

 Het spel spelen

Elke speler gebruikt zijn eigen pion en kiest een startpositie. De jongste speler begint. Nadien worden de wijzers van de klok gevolgd.

De eerste speler gooit met de twee dobbelstenen en verplaatst zich het aantal vakjes dat de dobbelsteen aangeeft. Nu zijn er twee mogelijkheden:

  • De speler komt op een vraagvakje terecht. Nu moet de speler de bovenste vraag van stapel vraagkaarten genomen. Hij/zij beantwoordt deze vraag luidop. Er mag gediscussieerd worden over het antwoord. Nadien leest de speler het antwoord voor aan de groep.
  • Daarna is de volgende speler aan de beurt.
  • Wanneer een speler op een locatie terecht komt, kan de speler aan het moordonderzoek werken. Hij/zij kan een verdachte en een moordwapen op deze locatie roepen. Hij/zij vraagt dan aan een deelnemer of hij/zij één van deze spelkaarten heeft: de locatie (waar de pion zich bevindt), een wapen (dat erbij geroepen is) of een verdachte (die er ook bijgeroepen is). Wanneer deze deelnemer één van deze kaarten heeft, moet hij/zij er één geven. Wanneer hij er meerdere heeft, moet hij/zij er maar één geven. Zo kunnen plaatsen/wapens/verdachten van de lijst geschrapt worden.

 Een oordeel uitspreken

Wanneer een speler denkt de oplossing van de moord te weten d.w.z. dat hij/zij het moordwapen, de moordenaar en de locatie denkt te weten, kan hij/zij een vermoeden uitspreken. Tijdens zijn/haar beurt, vertel de speler aan de medespelers wat hij/zij denkt. 

De speler kan in de eveloppe kijken of zijn/haar vermoeder klopt.

  • Wanneer het vermoeden fout was, stopt jij/zij de kaarten terug. Die speler kan dan geen vermoeden meer uitspreken, maar hij/zij moet wel nog meespelen. Zo kunnen de anderen nog verder zoeken.
  • Wanneer het vermoeden klopt, toont hij/zij de kaarten aan de medespelers. Die speler heeft gewonnen en het spel is afgelopen!
Duurtijd: 
60 min.
Auteur(s): 
Studenten Bachelor Sociaal Werk: CĂ©line Van Glabeke, Jolien Van Geertruyen, Jan Victor en Kaat Willemse

Materiaal Spel vlucht niet in je alibi

Hier vind je al het materiaal voor het alibi-spel rond 'groeipijnen'.

  • spelregels
  • kaartjes van verdachten, locaties en moordwapens
  • spelbord
Duurtijd: 
120 min.