Activiteit: Vierkanten tekenen


Een leerling zit met de rug naar de klasgroep en geeft verbaal aanwijzingen over een tekening die uitsluitend uit vierkanten bestaat. De helft van de klas probeert de tekening te maken op basis van de informatie die ze hoort, de andere helft observeert.

Hoe goed verstaan ze een gesproken boodschap?

Verloop: 

Vooraf

De leerkracht duidt in de klas

  • een instructeur aan
  • een groep die gaat tekenen
  • een groep die gaat observeren

1° Ronde

Aan de groep die gaat tekenen wordt de volgende instructie meegegeven:

  • De instructeur zal zo dadelijk aanwijzingen geven voor het tekenen van een aantal vierkanten. Je moet deze vierkanten tekenen zoals wordt meegedeeld.
  • Je mag geen vragen stellen.

Aan de instructeur wordt de volgende instructie meegegeven:

  • Je mag de tekening een tweetal minuten bestuderen.
  • Bereid je erop voor om de tekenaars duidelijke instructies te geven, hoe zij eenzelfde rangschikking van de vierkanten op hun blad kunnen tekenen.
  • Probeer de groep zo snel en nauwkeurig mogelijk instructies te geven.
  • Je mag in geen geval de plaatsing van de vierkanten laten zien door ze bijv. met de hand in de lucht te schetsen.
  • Alleen verbale aanwijzingen zijn toegestaan.

Aan de groep die gaat observeren wordt de volgende instructie meegeven:

  • Twee observatoren letten op het gedrag en de reacties van de instructeur en noteren die.
  • De andere observatoren letten op het gedrag en de reacties van de tekenaars en noteren die.

De leerkracht:

  • geeft het startsignaal en registreert de tijdsduur van de oefening.
  • vraagt de tekenaars na de oefening hoeveel vierkanten ze denken juist getekend te hebben.

 2° Ronde

  • De instructeur krijgt een nieuw blad met vierkanten.
  • De tekenaars kunnen nu tussendoor vragen stellen aan de instructeur. Hij mag antwoorden of zijn informatie uitbreiden als hij denkt dat dit nodig is voor het maken van de juiste tekening.
  • De tijd wordt opnieuw geregistreerd.
  • De tekenaars raden hoeveel vierkanten ze nu juist hebben.

Nabespreking

  • Was er een verschil tussen de twee rondes voor de instructeur?
  • Was er een verschil tussen de twee rondes voor de tekenaars?
  • Was er een verschil tussen de twee rondes voor de observatoren?
  • Wat is het verschil in resultaat (aantal fouten, tijdsduur, verschil schatting -werkelijkheid) tussen de twee rondes (met verschillende condities).
  • Worden non-verbale communicatiemogelijkheden benut en hoe?
  • Wat leert dit ons over communicatie in het dagelijkse leven.
Auteur(s): 
ANTONS, K., Groepsdynamika in de praktijk. Gestructureerde oefeningen en vaardigheden. Alphen aan den Rijn-Brussel, Samsom, 19, blz. 87-91.
SOVA-GROEP, Samen werken, samen leren. Werkboek sociale vaardigheden, theorie en oefeningen. Bloemendaal, H. Nelissen, 1978, blz. 67-68.

Materiaal Vierkanten

Hier vind je het materiaal dat je nodig hebt voor de activiteit Vierkanten tekenen.

Bestand(en):