Activiteit: Levende standbeelden


Door te werken met 'levende standbeelden' in de klas willen we de leerlingen laten ervaren dat communicatie meer is dan taal.
 

Verloop: 

Laat de leerlingen in groepjes van drie of vier een standbeeld maken. Iemand is de beeldhouwer, de anderen zijn het materiaal dat de beeldhouwer naar zijn hand kan zetten.

Begin met eenvoudige opdrachten:

  • de overwinnaar,
  • de leraar,
  • liefde,
  • macht …

Daarna kan je ook emoties laten uitbeelden:

  • boosheid
  • angst
  • verdriet ...

en eventueel die emoties laten verfijnen: boosheid, kwaadheid, woedend, uitzinnig...

Door bijkomende vragen te stellen, kan je de oefening verdiepen

-  Waarom heb je dit zus of zo uitgebeeld?

-  Hoe voel het om het beeld zo tegenover je te zien staan?

-  Hoe zou je het anders kunnen uitbeelden? ...

Maak het gaandeweg moeilijker, door ook meer abstracte inhouden te laten verbeelden:

  • respect,
  • honger,
  • innerlijk conflict,
  • schoonheid …

Je kunt de leerlingen bij de bespreking laten opschrijven wat zij zagen in één van de beelden. Je kunt ze ook verzamelen rond één van de beelden en direct met de groep bespreken wat ze zien.

Merk op dat we er uitdrukkelijk voor kiezen om tussen de thema’s van de beeldhouwwerken een aantal thema’s uit de voorstelling 'Op het Bot' te steken. Het is niet de bedoeling om de leerlingen daar op te wijzen of om nu al in te gaan op de thematiek. Later (na de voorstelling) kan dit dan nog wel.

Auteur(s): 
Martine De Zitter
Henk Sap
Lucas Vandenbussche