Activiteit: Kruip in de huid van een ander


Deze activiteit wil de leerlingen confronteren met zichzelf door hen in de huid te laten kruipen van een ander. Door uit zichzelf te stappen leren ze de verschillende aspecten van hun eigen zelfbeeld kennen en ervaren ze wat de basis is waarmee ze dit zelfbeeld opbouwen.

Verloop: 

1   Vraag de leerlingen eerst, om elk voor zich, iemand uit te kiezen in wiens huid ze zullen kruipen. Dit kan best iemand zijn uit hun onmiddellijke omgeving (een broer of een zus bijv. of een goede vriend of vriendin). Aangezien dit een vrij intensieve oefening is, nemen ze best iemand die niet te ver van hen afstaat.

2   Laat hen dan die persoon gedurende enige tijd observeren. Vraag hen hierbij te letten op het voorkomen en meer specifiek te kijken naar:

  • het gelaat van die ander: welke specifieke trekken herken je hierin, hoe kijkt die ander ...
  • het haar van die ander: welk kapsel heeft de ander, wat doet hij of zij met  zijn of haar lokken ...
  • de gestalte van de ander: is hij of zij groot of klein, mager of mollig, met uitsproken kenmerken of zeer gewoon?
  • vooral de kledij van de ander: welk soort kledij draagt hij of zij, wat zijn zijn of haar favoeriete kleuren, in welke mate is hij of zij moedegevoelig...

Maar let ook op het non-verbaal gedrag, denk aan:

  • zijn of haar typische lichaamshoudingen,
  • zijn of haar specifieke manier van bewegen,
  • typische gezichtsuitdrukkingen, tics of kwalijke gewoontes,
  • het stemgebruik.

Uiteraard is het ook belangrijk oog te hebben voor:

  • wat die ander denkt en zegt,
  • wat die ander voelt en daarover laat blijken,

3   Vraag de leerlingen daarna om gedurende 24 uren in de huid te kruipen van die ander. Dit betekent dat zij

  • hun voorkomen veranderen,
  • zij zich non-verbaal gedragen zoals die ander,
  • zij proberen te denken en te praten zoals die ander,
  • zij proberen zich te voelen zoals die ander.

4   Tenslotte  is het belangrijk om achteraf stil te staan bij wat die personsverwisseling nu allemaal heeft te weeg gebracht. Vraag aan de leerlingen te noteren

  • hoe ze nu naar zichzelf kijken,
  • hoe ze ervaren hebben dat anderen naar hen keken.
Auteur(s): 
Henk Sap
Martine De Zitter