Activiteit: Het zelf-BEELD-spel


Deze verrassende activiteit maakt gebruik van foto's en filmmateriaal om de leerlingen te doen stilstaan bij de invloed van hun gedrag en stereotype beelden op het zelfbeeld van anderen.

De foto's en filmpjes tonen jongeren uit verschillende subculturen met verschillende en gemeenschappelijke kenmerken. Er wordt aangetoond dat stereotypen meestal ontstaan uit vooroordelen die gelinkt worden aan sommige subculturen.

Bij deze activiteit is ook achtergrondmateriaal beschikbaar voor de leerkracht.

Groepsindeling: 
Groepjes van 4-5 deelnemers
Leerdoelen: 
  • De leerlingen worden zich ervan bewust dat ze soms fout 'etiketteren'
  • Ze worden zich bewust van de wisselwerking tussen hun zelfbeeld en de perceptie van anderen.
  • Ze denken na over hun eigen zelfbeeld en leggen de link met zelfvertrouwen.
Verloop: 

De klas wordt verdeeld in groepjes van 4 à 5 leerlingen. Elk groepje ziet 5 foto’s met de personages aan het bord hangen. Per groepje worden alle 20 kenmerken uitgedeeld. De leerkracht geeft de opdracht om de kenmerken te plaatsen bij de foto’s zoals ze dat zouden doen op basis van een eerste indruk van de personages.

Vervolgens is er per groepje een discussie over welke kenmerken de leerlingen bij welk personages zouden plaatsen na hun eerste indruk. De leerlingen proberen tot een consensus te komen. Ze plaatsen de kenmerken bij de foto’s die in de groepjes liggen.

De leerkracht vraagt per personage welke kenmerken er werden toegekend. De leerlingen steken hun kenmerken in de lucht. De leerkracht bekijkt de antwoorden en probeert vervolgens een discussie uit te lokken.
Bijvoorbeeld: één groepje heeft afwijkende kenmerken (andere antwoorden dan de rest van de klas groep). In dat geval vraagt de leerkracht hoe dit komt. Er wordt gepeild naar het waarom van deze keuze.

Als er geen afwijkende kenmerken zijn en iedereen het met elkaar eens is, kan de leerkracht daarop ingaan. De leerkracht vraagt in dit geval waarom iedereen het zo sluitend met elkaar eens is. Op deze manier heeft de leerkracht een zicht op de visie van de leerlingen met betrekking tot zelfbeeld.

Er wordt gevraagd aan de leerlingen of ze nog typische kenmerken bij de personages kunnen bedenken. Zo ja, dan kunnen de antwoorden op het bord geschreven worden.

Per groepje wordt 1 personage toegewezen. In groep beslissen de leerlingen welk zelfbeeldcijfer tussen 0 en 10 ze geven aan hun personage. Hierbij is 0 een extreem laag zelfbeeld/geen zelfvertrouwen en 10 het hoogste zelfbeeldcijfer dat je kan geven. De cijfers worden door de leerkracht opgevraagd en onder de foto’s op het bord geschreven.

Tenslotte vraagt de leerkracht aan de leerlingen om individueel op een blaadje een eigen zelfbeeldcijfer te schrijven. Deze cijfers worden anoniem gedropt in een box/zak. De leerkracht houdt deze cijfers even opzij om ze tijdens het filmpje te verwerken tot een klasgemiddelde.

Er wordt samen naar de film gekeken. Hierin laten we de 5 personages zelf aan het woord. Enkele stereotypen worden weerlegd, maar sommige ook bevestigd. Na de film vraagt de leerkracht enkele bedenkingen:

  • Wie heeft alle eigenschappen correct geplaatst?
  • Wat heeft jullie verwonderd?
  • Wat heeft jullie vermoedens bevestigd?

Vervolgens wordt gevraagd of de leerlingen weten wat zelfbeeld betekent en met welke woorden ze zelfbeeld associëren. Die kunnen genoteerd worden d.m.v. een woordenspin aan het bord. De leerkracht probeert samen met de leerlingen tot een definitie van zelfbeeld te komen aan de hand van de woordenspin.

Duurtijd: 
50-100 min.
Auteur(s): 
Studenten Bachelor Sociaal Werk: Annelore Raman, Elien Ronse, Macheld Vancraeynest, Eva Roets, Nienke Baeckelandt

Filmpje: Vijf jongeren op het tweede gezicht

Hier vind je de URL naar You Tube waar je het filmje dat hoort bij de activiteit: Het zelf-BEELD-spel.

(Met excuses voor de mindere kwaliteit van de beelden)